materialen / vlechten / weven / historie / culturen

Henriette Beukers over haar textielcollectie
Al meer dan vijftig jaar schrijft ze over textiel: Henriette Beukers. Eerst deed ze dat als hoofdredactrice van Ariadne, later als maakster van onder andere Het Komplete Handwerken. En ten slotte was zij ruim 25 jaar lang hoofdredactrice van Handwerken zonder Grenzen – het tijdschrift dat zij in 1978 samen met haar man Henk Beukers oprichtte. Bij elkaar schreef zij vele duizenden bladzijden over handwerken. En nog steeds is ze niet uitgeschreven. In 2015 verscheen het eerste deel van haar boek Rondom textiel.

Wie Rondom textiel openslaat, bevindt zich gelijk in een vertrouwde wereld: de wereld van textiel zonder grenzen. Met deze wereld maakt Henriette Beukers voor het eerst indringend kennis toen zij begin jaren vijftig aan de Rotterdamse kunstacademie ging studeren. En sindsdien heeft de handgemaakte textiel haar niet meer losgelaten. Of het nu gaat om eeuwenoude Peruaanse weefsels, complexe nomadentapijten, een gevlochten speelbal uit Thailand of een Nederlandse theedoek in damast, steeds weer ziet zij de bekoring ervan, en het vernuft waarmee het is gemaakt. Handwerk, zo blijkt wel uit dit boek, is een onuitputtelijke bron van inspiratie.

Rode draad
Het is niet overdreven te zeggen dat Henriette in Rondom textiel alle hoeken van deze textiele wereld verkent. De verscheidenheid aan onderwerpen is enorm: van oudhollandse hennepzeilen tot kelimpatronen uit Roemenië, en van de gaatjesweefsels van de Yoruba tot tasjes in ajourvlechtwerk uit Columbia. Toch kent dit 500 pagina’s dikke boek wel een duidelijke leidraad, namelijk de materialen en technieken die zijn gebruikt om textiel te maken.
De mens, zo laat Henriette zien, heeft alle denkbare vezels uit zijn omgeving benut, of ze nu van planten afkomstig waren of van dieren. En van elk type vezel zijn de unieke eigenschappen optimaal benut. Zo hebben mensen zich kunnen beschermen tegen vocht en kou, of juist tegen hitte en droogte. En zo hebben ze bijvoorbeeld ook sterke touwen, zeilen, manden en dakbedekkingen kunnen maken.

Iets soortgelijks laat zij zien als het gaat om de drie technieken die in dit boek centraal staan: spinnen, vlechten en weven. De basis van deze technieken is op zichzelf simpel: het met elkaar verbinden van vezels. Het ongelooflijke is dat de mens er zo veel verschillende toepassingen voor heeft gevonden, en er zo veel varianten van heeft ontwikkeld – met name bij vlechten en weven. Tot welke rijkdom dat heeft geleid, blijkt wel uit de meer dan 700 fantastische illustraties in dit boek.

Persoonlijk
Rondom textiel is, meer dan de eerdere boeken en tijdschriftartikelen die Henriette Beukers schreef, een persoonlijk boek geworden. Haar productieve leven biedt daar voldoende aanleiding voor. Vanaf het moment dat zij – als twintiger nog maar – samen met haar man de hoofdredactie begon te voeren over het toenmalige handwerktijdschrift Ariadne, heeft zij velen enthousiast gemaakt voor het handwerk. Zij maakte macramé tot dé vrijetijdshype van de jaren zeventig, had een populaire rubriek in het televisieprogramma Studio Vrij en presenteerde later een Teleaccursus over kleding maken. Tussendoor produceerde zij, ook weer met haar man, theaterkleding en maakte zij een groot aantal poppen voor het televisieprogramma de Fabeltjeskrant, zoals Zoef de Haas en Momfer de Mol. Van Het Komplete Handwerken – een handwerkencyclopedie van zo’n 1500 pagina’s – werd een kwart miljoen exemplaren verkocht. En ook met Handwerken zonder Grenzen wisten Henk en Henriette vele duizenden enthousiaste lezers te bereiken.

Het mag dan zo zijn dat van die ervaringen in het boek niet zo veel is terug te vinden, des te meer is dat het geval bij persoonlijke herinneringen aan boeken, tentoonstellingen en mensen die haar gedurende haar leven hebben geïnspireerd.

Privéverzameling
Die herinneringen haalt zij vooral op naar aanleiding van werkstukken uit haar privéverzameling. Want dat is een tweede rode draad die door het boek loopt: zij belicht in dit boek de vele textiel die zij in haar leven heeft verzameld. Het is een eigenzinnige verzameling, want niet gericht op één specialisme, of alleen bestaand uit zeldzame topstukken – al zitten die er wel tussen. Nee, de objecten die Henriette heeft verzameld, zijn net zo gevarieerd als haar belangstelling breed is. Ze komen overal vandaan, omvatten heel veel technieken en zijn uitzonderlijk of juist heel alledaags. Als er één constante is, dan is het dat ze opvallen door hun esthetische of technische eigenschappen. Ze vertellen het verhaal over de vindingrijkheid van de mensen die ze hebben gemaakt.

In totaal bespreekt Henriette in deel 1 zo’n 200 van de werkstukken in haar bezit. Het boek bestaat dan ook uit een grote hoeveelheid korte artikelen van steeds twee of vier bladzijden lang, meestal naar aanleiding van een object uit haar verzameling. In een aantal gevallen gaat het om textiel waarover ze eerder heeft geschreven en die ze sinds haar pensionering beter heeft kunnen uitpluizen – soms bijna letterlijk. Maar over de meeste objecten publiceerde zij nog niet eerder.

Net als in een tijdschrift staan de artikelen in Rondom textiel op zichzelf en zijn ze desgewenst in willekeurige volgorde te lezen. Bij elkaar vormen ze echter ook een groter verhaal. Of liever gezegd: twee verhalen. Eén over de wonderlijke verscheidenheid van de textiel in het algemeen, en één over de altijd weer verrassende objecten die Henriette in de loop van meer dan vijftig jaar heeft verzameld en onderzocht.

Met dit boek, zo zegt Henriette in haar slotwoord, wil zij de kennis die zij al die jaren heeft opgebouwd, overdragen aan nieuwe generaties. In Rondom textiel heeft zij aan die wens op indrukwekkende wijze gestalte gegeven.


Stacks Image 150
Henriette Beukers met op de achtergrond haar modderdoek van de Senufo die in Rondom textiel is beschreven.

Foto Anne Marie Trovato
Stacks Image 158
Deze vrouw uit Katmandu – de hoofdstad van Nepal – draagt om haar middel een kleurrijke, handgeweven band. De band is geweven met kaarten, op een bijzondere wijze, die besproken wordt in het boek. Het afgebeelde detail is van een dergelijke band uit de verzameling van Henriette Beukers.
Stacks Image 19534
In Rondom textiel wordt uitvoerig ingegaan op de materialen van planten en dieren die benut worden voor textiel. Rechts een tekening van bloeiend vlas, waarvan linnen gesponnen wordt. De doek is met de hand geweven van vrij grof, handgesponnen linnen. De doek is ongeveer 100 jaar oud en afkomstig uit Hongarije.
Stacks Image 19544
Deze vrouwen uit Guatemala dragen een hoofdtooi die bestaat uit een zeer lange, opgerolde band met aan de uiteinden prachtige, ingeweven motieven. Deze banden zijn typerend voor Santiago Atitlán. De afgebeelde band – uit de verzameling van Henriette Beukers – komt daar ook vandaan. Deze band heeft opvallende, grote pompoenen aan de uiteinden.
Stacks Image 19560
Beroemd is de uit Peru afkomstige, zeer oude textiel, met kunstzinnige patronen. Daarvan staan meerdere voorbeelden in dit boek. Ook nu worden daar nog mooie weefsels gemaakt, met onder andere gestileerde dierfiguren. De weefster op deze foto heeft wel een zeer eenvoudig weefgetouwtje waar ze haar banden voor gordels op weeft.
Stacks Image 19570
Rondom textiel besteedt veel aandacht aan plantaardige vezels die niet worden gesponnen. Ze worden onder meer gebruikt voor de vervaardiging van kleding, dakbedekkingen en matten. Een voorbeeld is deze regenkleding uit Portugal. Hij bestaat uit vele delen en is gemaakt van biezen, waar het regenwater langs liep. Van het getoonde beenstuk is uitgelegd hoe het is gemaakt.
Stacks Image 19586
Het kenmerk van een weefsel is dat het bestaat uit een ketting (ook schering genaamd) en een inslag. Daarmee zijn talloze variaties mogelijk: van eenvoudig tot zeer ingewikkeld. Deze vrouw uit Centraal-Paraguay maakt prachtige weefsels op een vrijwel onbekende werkwijze. Henriette Beukers vertelt daarover en ook hoe deze doek in haar verzameling terecht is gekomen.