breien / haken / kralen / verven / poppen / historie / culturen

Na het succes van deel 1 nu deel 2 van
Rondom textiel
Al meer dan vijftig jaar schrijft Henriette Beukers over handgemaakte textiel. Jarenlang vormde zij samen met haar man Henk Beukers de hoofdredactie van het handwerktijdschrift Ariadne. Later maakten zij dé handwerkuitgave van de jaren zeventig, Het Komplete Handwerken. In 1978 startten zij Handwerken zonder Grenzen, dat zij 25 jaar lang hebben gemaakt.

In al deze jaren bouwde Henriette een unieke textielverzameling op, met handwerk van over de hele wereld en uit alle perioden. Het is een echte werkverzameling: de stukken zijn bijeengebracht voor gebruik in tijdschriftartikelen en boeken. Maar lang niet alles is gebruikt en vaak is er veel meer te vertellen dan ze eerder heeft gedaan. Daarom publiceerde zij in 2015 het boek Rondom textiel, deel 1. Dit boek bleek een groot succes. Liefhebbers van handgemaakte textiel roemden het als een rijke bron van informatie én inspiratie. 

Aangemoedigd door de talloze positieve reacties heeft Henriette Beukers nu een tweede deel geschreven. Het is even mooi uitgegeven als deel 1, maar richt zich vooral op breien en haken. Daarnaast is aandacht besteed aan knopen, verftechnieken (blauwdruk, batik, ikat), kralenwerk en poppen. In het kader van het breien maakt zij een uitstapje naar een onderwerp waarover zelden is gepubliceerd: de grote gebreide tapijten die Europese handwerklieden in de periode 1600-1800 hebben gemaakt om hun meestertitel te behalen. Ook is een artikel gewijd aan De Fabeltjeskrant, omdat Henk en Henriette Beukers daar veel poppen voor hebben gemaakt.

In Rondom textiel wil Henriette Beukers haar kennis doorgeven – kennis die zij gedurende al die jaren dankzij velen heeft opgebouwd.

Persoonlijk
Rondom textiel deel 1 en 2 zijn, meer dan de eerdere boeken en tijdschriftartikelen die Henriette Beukers schreef, persoonlijke boeken geworden. Haar productieve leven biedt daar voldoende aanleiding voor. Vanaf het moment dat zij – als twintiger nog maar – samen met haar man de hoofdredactie begon te voeren over het toenmalige handwerktijdschrift Ariadne, heeft zij velen enthousiast gemaakt voor het handwerk. Zij maakte macramé tot dé vrijetijdshype van de jaren zeventig, had een populaire rubriek in het televisieprogramma Studio Vrij en presenteerde later een Teleaccursus over kleding maken. Tussendoor produceerde zij, ook weer met haar man, theaterkleding en maakte zij een groot aantal poppen voor het televisieprogramma de Fabeltjeskrant, zoals Zoef de Haas en Momfer de Mol. Van Het Komplete Handwerken – een handwerkencyclopedie van zo’n 1.500 pagina’s – werd een kwart miljoen exemplaren verkocht. En ook met Handwerken zonder Grenzen wisten Henk en Henriette vele duizenden enthousiaste lezers te bereiken.

Het mag dan zo zijn dat van die ervaringen in de boeken niet zo veel is terug te vinden, des te meer is dat het geval bij persoonlijke herinneringen aan boeken, tentoonstellingen en mensen die haar gedurende haar leven hebben geïnspireerd.

Privéverzameling
Die herinneringen haalt zij vooral op naar aanleiding van werkstukken uit haar privéverzameling. Want dat is een tweede rode draad die door de boeken loopt: zij belicht de vele textiel die zij in haar leven heeft verzameld. Het is een eigenzinnige verzameling, want niet gericht op één specialisme, of alleen bestaand uit zeldzame topstukken – al zitten die er wel tussen. Nee, de objecten die Henriette heeft verzameld, zijn net zo gevarieerd als haar belangstelling breed is. Ze komen overal vandaan, omvatten heel veel technieken en zijn uitzonderlijk of juist heel alledaags. Als er één constante is, dan is het dat ze opvallen door hun esthetische of technische eigenschappen. Ze vertellen het verhaal over de vindingrijkheid van de mensen die ze hebben gemaakt.

In totaal bespreekt Henriette in deel 2 zo’n 270 van de werkstukken in haar bezit. Het boek bestaat dan ook uit een grote hoeveelheid korte artikelen van steeds twee of vier bladzijden lang, meestal naar aanleiding van een object uit haar verzameling. In een aantal gevallen gaat het om textiel waarover ze eerder heeft geschreven en die ze sinds haar pensionering beter heeft kunnen uitpluizen – soms bijna letterlijk. Maar over de meeste objecten publiceerde zij nog niet eerder.

Net als in een tijdschrift staan de artikelen in Rondom textiel op zichzelf en zijn ze desgewenst in willekeurige volgorde te lezen. Bij elkaar vormen ze echter ook een groter verhaal. Of liever gezegd: twee verhalen. Eén over de wonderlijke verscheidenheid van de textiel in het algemeen, en één over de altijd weer verrassende objecten die Henriette in de loop van meer dan vijftig jaar heeft verzameld en onderzocht.

Met deze boeken wil Henriette de kennis die zij al die jaren heeft opgebouwd, overdragen aan nieuwe generaties. In Rondom textiel heeft zij aan die wens op indrukwekkende wijze gestalte gegeven.


Stacks Image 150
Henriette Beukers met een Japans jasje in dubbel-ikat en een ketting van de Indiase Naga-stam.

Foto Anne Marie Trovato
Stacks Image 158
Bij de klederdracht uit Spakenburg hoort een in verhouding klein mutsje. Het is gehaakt van spierwitte katoen en wordt sterk gesteven, waardoor de katoen gaat glanzen. Bijzonder aan dit haakwerk is dat elke vrouw haar eigen motieven bedenkt, die zij ook naar eigen inzicht rangschikt.
Stacks Image 19534
Haken en breien zijn de hoofdonderwerpen van dit tweede deel van Rondom textiel. Een bijzondere manier van haken is het tamboereren. Een prachtig voorbeeld hiervan is dit grote tapijt met dier- en plantfiguren. Het is een zogenoemde numdah en is afkomstig uit Kasjmir.
Stacks Image 19544
Henriette Beukers heeft een voorliefde voor textiel uit Peru. De mensen daar breien op een heel speciale manier, totaal anders dan wij gewend zijn. Het resultaat is een uiterst verfijnd breiwerk met prachtige patronen. Deze manier van breien wordt aan de hand van foto’s uitvoerig beschreven.
Stacks Image 19560
Deze wollen, gebreide trui heeft een interessant verhaal. Het ontwerp is gemaakt na een bezoek aan Amager, een Deens eiland ten zuiden van Kopenhagen. Daar is in 1521 een groep Noord-Hollanders komen wonen, die hun handwerktradities meenamen. De ingebreide motieven van deze trui zijn geïnspireerd door motieven uit Marken en Amager.
Stacks Image 19570
De ‘blauwdruk’ is een karakteristieke verftechniek, waarbij witte motieven zijn uitgespaard in een stof die verder blauw is geverfd. Deze voorbeelden zijn afkomstig uit Slowakije. Ze zijn op een speciale manier geplooid. Het boek bevat ook voorbeelden van Nederlandse blauwdrukken, met name uit Staphorst en Rouwveen.
Stacks Image 19586
Deze kindermuts, afkomstig uit Afghanistan, wordt besproken in het gedeelte over kraal­werk. De muts heeft een groot schouderstuk, dat bescherming biedt tegen zandstormen en kou. Het is haast niet te geloven hoe rijk deze muts is versierd met uiterst fijn borduurwerk en allerlei kralen en munten.